TITLE/CONTENTS



SECTION of DOCUMENT:




Bijlage 2:
MODERNISERING SOCIALE ZEKERHEID
Standpunt ABVV


Als vakbond hebben we destijds gestreden voor een sociale zekerheid voor alle werknemers, die hun bestaanszekerheid aan de vrije markt onttrekt. Daartoe werd een groots solidariteits- en verzekeringsproject opgebouwd waar actieven en niet-actieven in opgenomen werden.

I. Modernisering ja, omwenteling neen!

Vijftig jaar na haar geboorte, vervult de sociale zekerheid nog steeds op onvervangbare wijze haar oorspronkelijke opdracht. Zonder duurder te zijn dan dat van de buurlanden, behoort ons stelsel tot de doeltreffendste van de wereld en kent België relatief minder armoede dan elders.

Vandaag is de sociale zekerheid financieel gezond en heeft zij zelfs ruimschoots bijgedragen tot de gezondmaking van de overheidsfinanciën.

De sociale zekerheid heeft dan ook geen nood aan een globale hervorming.

Daarom:

De basisprincipes van de sociale zekerheid moeten daarentegen behouden blijven en mogen niet ter discussie staan, zodat het wettelijk stelsel van sociale zekerheid niet alleen voor alle werknemers toegankelijk gehouden wordt, maar ook prioritair, betrouwbaar en aantrekkelijk blijft.

Dit impliceert:

De doeltreffendheid en de financiering van het systeem moeten evenwel permanent getoetst worden aan de ontwikkelingen van een maatschappij in volle beweging: het gewijzigde economisch ontwikkelingsmodel, de negatieve evolutie in de verhouding tussen bijdragebetalers en uitkeringstrekkers, de vervrouwelijking van de arbeidsmarkt met meer a-typische arbeid, andere gezinsvormen met een toename van éénoudergezinnen en van alleenstaanden, meer en zwakkere langdurig uitkeringsafhankelijken, meer en duurdere medische technieken, meer oudere mensen met meer noden.

Het vooruitblikken op deze evoluties leidt tot een dubbelbesluit: noch een alarmerende noch een afwachtende houding zijn gepast.

Geen enkele uitdaging mag hierbij geïsoleerd bekeken worden:

De te nemen beleidsopties situeren zich derhalve niet alleen binnen de sociale zekerheid maar ook in het macro-economisch, het tewerkstellings- en het fiscaal beleid.

II. Meer middelen

Het overheidstekort werd in het verleden in belangrijke mate door besparingen verminderd, inclusief in de sociale zekerheid. De primaire overheidsuitgaven (= uitgaven zonder intrestlasten) daalden van + 50 % van het BBP in 1980 naar 43 % in 1995. Hiermee liggen deze uitgaven in België lager dan het gemiddelde (45,5 %) van onze voornaamste buurlanden (Duitsland, Frankrijk, Nederland). Indien België op sociaal vlak de rol met deze landen niet wil lossen, zijn de besparingsmogelijkheden niet alleen beperkt maar zelfs uitgesloten wat de sociale uitkeringen betreft.

Om haar opdrachten te blijven vervullen zal de sociale zekerheid daarentegen in de toekomst over meer middelen moeten beschikken, waarbij de lasten anders en rechtvaardiger worden verdeeld voor meer tewerkstelling.

Het paritair beheer per sector zal zijn beleid in deze lange termijnvisie inschakelen.

III. Meer doelmatigheid

De nieuwe middelen zullen slechts geleidelijk naar de sociale zekerheid doorstromen, terwijl een aantal nieuwe noden zich nu reeds stellen. Bovendien zullen de geldmiddelen relatief beperkt blijven in verhouding tot de nieuwe opdrachten waar de sociale zekerheid voor staat.
Daarom moeten de middelen ook efficiënter worden ingezet.

Draagkrachtbeginsel: eerst in de fiscaliteit.

Voor het ABVV blijft de herverdeling van de inkomens in de eerste plaats de taak van de fiscaliteit.

Toch kan het draagkrachtprincipe ook in de sociale zekerheid in de eerste plaats via fiscale maatregelen verder worden uitgebouwd, maar met grote voorzichtigheid om te vermijden dat:

Draagkrachtbeginsel: maar onder strikte voorwaarden.

Een correcte toepassing van het draagkrachtbeginsel impliceert bovendien voorafgaandelijk:

Draagkrachtbeginsel: niet overal.

Meer selectiviteit in de wettelijke vervangingsinkomens kan niet omdat:

Met betrekking tot de aanvullende inkomens en de extra-legale pensioenen:

Draagkrachtbeginsel: meer bepaald:

In de gezondheidszorgen:

In de kinderbijslagen kan via de fiscaliteit:

In de extra-legale pensioenen:

De inspanningen die aan de werknemers binnen hun eigen sociaal zekerheidsstelsel worden gevraagd door de toepassing van het draagkrachtbeginsel, moeten samengaan met een beleid dat:

Vandaar dat alleen supplementen op werkloosheidsvergoedingen kunnen aanvaard worden, die verschuldigd zijn op CAO-basis.

IV. Meer sociale perspectieven

Meer middelen voor de sociale zekerheid (zie II en III) moeten toelaten de kost van de veroudering van de bevolking op te vangen en meer sociale perspectieven te bieden door:

Dit moet samengaan met een betere ontslagbescherming voor 50-plussers zowel t.o.v. collectief ontslag (verlenging aanzeggingstermijn tot 60 dagen en schadevergoeding bij niet-naleving) als t.o.v. individueel ontslag (veralgemening opzegtermijnen voor bedienden naar de arbeiders).

Tenslotte zal het ABVV in de interprofessionele onderhandelingen voor 1997-1998 ervoor zorgen dat de nodige financiële middelen worden vrijgemaakt om binnen de sociale zekerheid:

V. Meer gelijkheid

De beweging die sinds de jaren 70 werd ingezet om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen in hun arbeidssituatie en t.a.v. de fiscaliteit te bewerkstelligen, moet verdergezet worden, ook in de sociale zekerheid.

De gelijkheid man/vrouw in het conventioneel brugpensioen en in het wettelijk pensioen moet gerealiseerd worden:

De gelijkheid man/vrouw in de pensioenen moet gepaard gaan met gelijktijdige vooruitgang in andere gelijkheidsdossiers, zeker wat de loongelijkheid betreft via een herziening van de functieclassificaties.

Het ABVV zal dit als opdracht voor de sectoren in zijn interprofessioneel eisenbundel voor 1997-1998 opnemen.

Meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen volstaat niet. Er moet ook meer gelijkheid komen tussen vrouwen onderling, rekening houdend met de sociologische veranderingen.

In de vorige generatie bleef een meerderheid van de werknemersvrouwen thuis en was het aantal echtscheidingen beperkt. Deze vrouwen hebben thans geen geïndividualiseerde pensioenrechten, maar wel afgeleide rechten.

Deze afgeleide rechten:

Vandaag zijn de thuisblijvende vrouwen een minderheid, kennen de uitwerkende vrouwen zowel volledige doch vooral atypische loopbanen en is er een hoog aantal echtscheidingen.

Zonder afbreuk te doen aan bestaande rechten, moet de sociale zekerheid zich aan deze ontwikkelingen aanpassen en meer gelijkheid bewerkstelligen.


© Friedrich Ebert Stiftung | technical support | net edition fes-library | July 1999

Previous Page TOC Next Page